ECLI:NL:HR:2007:BA2622
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing 30%-regeling voor commissaris in Nederland gevestigde vennootschap
Belanghebbende, woonachtig in de Verenigde Staten en sinds 1995 commissaris van een in Nederland gevestigde naamloze vennootschap, verzocht om toepassing van de 30%-regeling met ingang van 1 maart 2003. De Inspecteur wees dit verzoek af, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de afwijzing.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de wet- en besluitgever niet de bedoeling had om commissarissen die werkzaam zijn in een zogenoemde fictieve dienstbetrekking uit te sluiten van de 30%-regeling. Volgens de systematiek van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt een commissaris als regel beschouwd als werknemer in de zin van de wet.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en veroordeelde hem in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat belanghebbende als commissaris aanspraak maakt op de 30%-regeling, ondanks zijn status en woonplaats in het buitenland.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de 30%-regeling wordt toegepast op de commissaris.