ECLI:NL:HR:2007:BA1262
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over legesheffing bouwvergunning en verwijzing voor nadere behandeling
Belanghebbende diende op 15 januari 2002 een aanvraag in bij de gemeente Velsen voor een bouwvergunning voor veertien vakantiewoningen. Het college van burgemeester en wethouders (het College) reageerde op 4 februari 2002 met een brief waarin werd aangegeven dat aanvullende gegevens binnen twee weken moesten worden ingediend, anders zou de aanvraag niet verder in behandeling worden genomen. Desondanks werd een bedrag van € 20.039,43 aan leges geheven, dat na bezwaar werd verminderd tot € 15.179,90.
Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde, de legesheffing vernietigde en de leges tot nihil verminderde. Het College stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat uit de brief van 4 februari 2002 een rechtens te beschermen vertrouwen kon worden afgeleid dat geen leges zouden worden geheven. De brief maakte juist duidelijk dat de aanvraag in behandeling was genomen, waardoor het belastbare feit was vervuld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, behoudens het onderdeel over griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd bepaald dat het verwijzingshof zal beoordelen of belanghebbende een vergoeding van proceskosten toekomt. Dit arrest werd uitgesproken op 23 maart 2007 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.