ECLI:NL:HR:2007:AZ5505
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM in hoger beroep wegens onjuiste beperking
In deze strafzaak ging het om de vraag of het hoger beroep van het Openbaar Ministerie (OM) tegen een vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage terecht al dan niet beperkt was. De rechtbank had verdachte vrijgesproken van feitelijke aanranding van de eerbaarheid en veroordeeld voor ontucht en mishandeling jegens zijn minderjarig kind. Het OM stelde hoger beroep in tegen het gehele vonnis, maar diende ook een appelmemorie in die zich alleen richtte op een deel van het vonnis.
Het hof verklaarde het OM niet-ontvankelijk in het hoger beroep omdat het beroep volgens het hof beperkt was tot een deel van het vonnis, wat in strijd zou zijn met artikel 407 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering, dat vereist dat hoger beroep tegen het gehele vonnis wordt ingesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte betekenis had toegekend aan de appelmemorie en dat de appelakte zelf geen beperking inhield.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een volledige herbeoordeling van het onbeperkt ingestelde hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat het OM het recht heeft om hoger beroep in te stellen tegen het gehele vonnis en dat een appelmemorie die zich beperkt tot een deel van het vonnis niet automatisch het hoger beroep beperkt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het onbeperkt ingestelde hoger beroep.