ECLI:NL:HR:2006:AV9445
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake verlenging uithuisplaatsing minderjarige kinderen
De zaak betreft een geschil tussen een gezinsvoogdij-instelling en ouders over de verlenging van de uithuisplaatsing van hun minderjarige kinderen. De kinderrechter had aanvankelijk de kinderen onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, welke machtiging meerdere malen werd verlengd door de rechtbank en het gerechtshof.
De ouders stelden cassatieberoep in tegen een beschikking van 2 juni 2005, waarbij het hof de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bekrachtigde. Het cassatierekest was echter gericht tegen een andere beschikking dan die welke als productie was overgelegd, namelijk tegen een beschikking van de rechtbank Haarlem, waartegen geen cassatieberoep openstond.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk was omdat het belang van de ouders was komen te vervallen doordat de geldigheidsduur van de machtiging tot uithuisplaatsing was verstreken op het moment van indiening van het cassatieberoep. Hierdoor kon het beroep niet meer leiden tot een verandering van de situatie. De Hoge Raad verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en gebrek aan belang.