ECLI:NL:HR:2006:AV2365
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende bewijs op basis van één getuige
De Hoge Raad heeft op 18 april 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, waarbij het hof in hoger beroep verdachte veroordeelde voor meerdere feiten, waaronder wederspannigheid en eenvoudige belediging jegens een politieambtenaar. De bewezenverklaring van twee feiten (C4 en C5) was uitsluitend gebaseerd op verklaringen van één getuige. Volgens art. 342 lid 2 Sv Pro mag bewijs niet uitsluitend op één getuige worden aangenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom de verklaringen van die ene getuige voldoende bewijs vormden. Dit gold ook al was één verklaring vastgelegd in een proces-verbaal op ambtseed, omdat deze betrekking had op een andere gebeurtenis. Daarom vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de feiten C4 en C5 betrof en de opgelegde straf daarvoor.
De zaak werd terugverwezen naar het Gerechtshof Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van deze feiten. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Tevens werd opgemerkt dat de redelijke termijn was overschreden, hetgeen bij een eventuele strafoplegging door het hof in acht moet worden genomen.
Uitkomst: De bewezenverklaring van twee feiten is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.