ECLI:NL:HR:2005:AS1803
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggave inbeslaggenomen geldbedragen bij beëindiging beslag in strafzaak
In deze strafzaak heeft de rechtbank het klaagschrift van een derde-belanghebbende gegrond verklaard en besloten tot teruggave van geldbedragen die op grond van art. 94 Sv Pro in beslag waren genomen bij een betrokkene. De rechtbank stelde dat het openbaar ministerie onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het geld van misdrijf afkomstig was en dat het belang van de strafvordering zich niet meer verzette tegen opheffing van het beslag.
De Officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift had moeten nagaan of de klaagster redelijkerwijs als rechthebbende van de geldbedragen moest worden beschouwd, zoals vereist is op grond van art. 552a Sv. Omdat de rechtbank zich hierover niet had uitgelaten, was er sprake van een schending van deze maatstaf.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het klaagschrift. Hiermee wordt gewaarborgd dat de belangen van de strafvordering en die van de mogelijke rechthebbende zorgvuldig worden afgewogen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling van het klaagschrift.