ECLI:NL:PHR:2005:AS1803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening beslag en teruggave geldbedragen na vrijspraak witwassen
In deze zaak gaat het om de teruggave van geldbedragen die op rechtmatige wijze in beslag zijn genomen bij een verdachte die later is vrijgesproken van witwassen. Een derde-belanghebbende heeft een klaagschrift ingediend om de teruggave van deze bedragen te verkrijgen. De rechtbank heeft het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave bevolen, waarbij zij onder meer stelde dat het openbaar ministerie onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het geld van misdrijf afkomstig was.
Het openbaar ministerie stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank bij de beoordeling van een dergelijk klaagschrift moet toetsen of de derde-belanghebbende redelijkerwijs als rechthebbende van het geld kan worden beschouwd. In deze zaak heeft de rechtbank deze maatstaf niet toegepast en heeft zij nagelaten de aanspraken van de derde-belanghebbende op de geldbedragen te toetsen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor een nieuwe beoordeling. Dit betekent dat de teruggave niet zonder meer kan worden toegewezen zonder een zorgvuldige toetsing van de rechthebbendheid van de verzoeker.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van de rechthebbendheid en teruggave.