ECLI:NL:HR:2005:AR6468
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over omkering bewijslast bij weigering inzage managementverslagen in vennootschapsbelastingzaak
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar door de inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de aanslag verminderde en de uitspraak van de inspecteur vernietigde. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de weigering van belanghebbende om inzage te geven in verslagen van management- en commissarissenvergaderingen niet leidt tot omkering van de bewijslast. Verslagen van deze vergaderingen kunnen immers belangrijke gegevens bevatten voor de belastingheffing. Daarom leidt het niet overleggen van deze verslagen tot omkering van de bewijslast.
Verder behandelt de Hoge Raad de vraag of een inspecteur op grond van artikel 47 AWR Pro een belastingplichtige kan verplichten een due diligence-rapport van derden te overleggen. Hoewel deze vraag in deze zaak niet beslissend is, wijst de Hoge Raad erop dat het beginsel van fair play zich verzet tegen het gebruik van deze bevoegdheid om rapporten te verkrijgen die de fiscale positie van de belastingplichtige belichten.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof te Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van de omkering van de bewijslast bij weigering inzage.