ECLI:NL:PHR:2005:AR6468
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkingen en voorwaarden van omkering van de bewijslast bij fiscale informatieplicht en inzageverzoeken
In deze zaak staat centraal de toepassing en begrenzing van de omkering van de bewijslast in belastingzaken, met name bij weigering van medewerking aan informatie- en inzageverzoeken door de Belastingdienst. De Hoge Raad bespreekt de feiten rondom een Antilliaanse vennootschap en haar Nederlandse holding, waarbij geschil bestond over royaltybetalingen en de verplichting tot inzage van een due diligence-rapport.
De Raad bevestigt dat de omkering van de bewijslast een sanctie is die kan volgen op het niet voldoen aan fiscale meewerkplichten, zoals neergelegd in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Echter, deze sanctie is niet absoluut en moet worden getoetst aan beginselen van behoorlijk bestuur, proportionaliteit en de rechten van de verdediging zoals gewaarborgd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaronder de zaken Funke, Saunders en J.B., waarin het belang van het recht om te zwijgen en het verbod op zelfincriminatie worden benadrukt. Tevens wordt ingegaan op de grenzen van de fiscale informatieplicht, de aard van gevraagde documenten (zoals fiscale adviezen versus feitelijke gegevens), en het pseudo-verschoningsrecht voor accountants en belastingadviseurs.
Daarnaast wordt de verhouding tussen de bevoegdheden van de inspecteur en de waarborgen van het EVRM geanalyseerd, met aandacht voor de proportionaliteit van maatregelen en de mogelijkheid tot rechterlijke toetsing. De Hoge Raad concludeert dat omkering van de bewijslast toelaatbaar is mits de schatting van de fiscus redelijk is, de belastingplichtige de mogelijkheid heeft om tegenbewijs te leveren, en er een onafhankelijke rechter is die het bewijs vrij kan waarderen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat omkering van de bewijslast bij fiscale informatieweigering slechts toelaatbaar is indien de gevraagde informatie relevant is en de sanctie proportioneel wordt toegepast, met respect voor procesrechten.