ECLI:NL:HR:2004:AR1797
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt directe toepasselijkheid van EEG-Verordening 3820/85 inzake arbeidstijden
In deze zaak stond centraal of artikel 8 van Pro de EEG-Verordening 3820/85 rechtstreeks toepasselijk is binnen de Nederlandse rechtsorde zonder nadere nationale implementatie. De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het niet naleven van rusttijden voor werknemers die als bestuurders wegvervoer verrichten, zoals voorgeschreven in de verordening.
De verdediging voerde aan dat de verordening niet als verdragsbepaling kon worden aangemerkt die een ieder verbindt in de zin van artikel 93 van Pro de Grondwet. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat de verordening krachtens het EG-verdrag rechtstreeks toepasselijk is in elke lidstaat, los van nationale besluiten of wetgeving.
Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van overtreding van nationale bepalingen die de verordening implementeren, en de Hoge Raad oordeelde dat dit terecht was omdat de verordening zelf verbindend is en zonder nadere maatregel geldt. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordelingen in stand bleven.
Deze uitspraak bevestigt de directe werking van EU-verordeningen in het Nederlandse recht en onderstreept het belang van naleving van Europese arbeidstijdenregels binnen de lidstaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordelingen wegens overtreding van arbeidstijdenvoorschriften blijven in stand.