ECLI:NL:HR:2004:AQ8770
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest smaad wegens ontbreken kennelijk doel tot ruchtbaarheid
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor smaad jegens een persoon met een openbare functie. Verdachte had samen met een medeverdachte een brief geschreven aan de burgemeester van Amsterdam waarin ernstige beschuldigingen werden geuit over het slachtoffer. Het hof had verdachte veroordeeld wegens het kennelijke doel om aan de feiten in de brief ruchtbaarheid te geven.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de enkele omstandigheid dat de brief aan de burgemeester was gericht, niet kan worden afgeleid dat verdachte handelde met het kennelijke doel om de feiten openbaar te maken. Het feit dat de burgemeester een openbaar functionaris is, verandert hier niets aan.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting. Hiermee werd het oordeel van het hof dat sprake was van kennelijk doel tot ruchtbaarheid niet in stand gehouden.
De zaak betreft een belangrijke nuance in de strafrechtelijke beoordeling van smaad en het vereiste van het kennelijke doel om feiten openbaar te maken. De Hoge Raad benadrukt dat het enkel toezenden van een brief aan een openbaar functionaris niet automatisch dit doel impliceert.
De uitspraak is gewezen door de vice-president Koster en raadsheren Urlings en Ilsink op 2 november 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak voor hernieuwde berechting naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.