ECLI:NL:HR:2004:AQ8179
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen niet-ontvankelijkheid bij verzoek tot herroeping faillissementsvonnis
Eiser, tevens directeur/aandeelhouder van de gefailleerde besloten vennootschap [A] B.V., verzocht de rechtbank om het faillissementsvonnis van 6 juni 1974 te herroepen. Dit verzoek werd ingediend met een verzoekschrift, terwijl de rechtbank oordeelde dat het rechtsmiddel van herroeping betrekking heeft op een vonnis en het geding daarom met een dagvaarding moest worden ingeleid. De rechtbank verklaarde eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad overwoog dat het middel niet tot cassatie kon leiden wegens gebrek aan belang, omdat eiser geen klacht had tegen de inhoudelijke uitspraak dat tegen een beslissing op een verzoek tot faillietverklaring het rechtsmiddel van herroeping niet openstaat.
De Hoge Raad bevestigde dat de procedurele vormvereiste van dagvaarding bij herroeping van een vonnis geldt en dat het beroep van eiser daarom verworpen moet worden. Het arrest werd gewezen door raadsheren Fleers, Kop en Bakels en op 1 oktober 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot herroeping van het faillissementsvonnis.