ECLI:NL:HR:2004:AO6930
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofbeslissing over alimentatie en verwijst zaak terug
Partijen zijn op 21 december 1988 gehuwd en gescheiden bij beschikking van de rechtbank te Arnhem van 13 augustus 1998. De man werd veroordeeld tot betaling van alimentatie aan de vrouw. De man verzocht om vermindering of beëindiging van deze alimentatie, wat door de rechtbank werd afgewezen. Het hof stelde de alimentatie vast op een lager bedrag tot 1 juli 2003 en bepaalde dat verlenging daarna niet mogelijk was.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen deze hofbeslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte op grond van art. 1:157 lid 3 BW Pro ambtshalve een definitief einde aan de alimentatieverplichting had verbonden zonder dat de man dit had verzocht. Ook was het hof niet bevoegd om verlenging van de termijn uit te sluiten.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld over de draagkracht van de man en de inkomsten van de vrouw, met onvoldoende motivering over de pensioenvoorziening en de behoefte van de vrouw. Hierdoor kon de beslissing over de hoogte van de alimentatie niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en verwees de zaak terug voor volledige herbeoordeling van het alimentatiegeschil.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor volledige herbeoordeling van de alimentatieverplichting.