ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3620
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Oosterhof
- Aler
- Van Dissel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens doodslag op echtgenote ondanks ontbreken lichaam
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar en negen maanden wegens doodslag op zijn echtgenote in 2000, ondanks dat het lichaam van het slachtoffer niet is teruggevonden.
De zaak betreft een complexe strafzaak waarin bewijs werd verkregen via een undercoveragent (A 1052) die als medegedetineerde contact zocht met de verdachte. De verdediging voerde aan dat deze verklaringen onrechtmatig waren verkregen door misleiding en druk, maar het hof oordeelde dat de verdachte zijn uitlatingen eigener beweging deed en dat de verklaringen rechtmatig zijn.
De bewezenverklaring rust op verklaringen van de verdachte, verklaringen van medegedetineerden en uitgebreid technisch en tactisch onderzoek. Het hof achtte bewezen dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zijn echtgenote door zijn handelen het leven zou laten.
Het hof vernietigde het eerdere arrest van het gerechtshof Amsterdam en deed opnieuw recht. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de impact op de nabestaanden en de rechtsorde. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen goederen teruggegeven aan de rechthebbenden of de verdachte.
De uitspraak is gedaan na verwijzing door de Hoge Raad en na meerdere zittingen in hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot elf jaar en negen maanden gevangenisstraf wegens doodslag op zijn echtgenote.