ECLI:NL:HR:2003:AN7735
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verlaagd btw-tarief voor toegang tot bioscoopachtige cabines en cinema's
Belanghebbende exploiteert een aantal sekswinkels met cabines en cinema's waar videofilms worden vertoond. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat het verlaagde tarief ten onrechte zou zijn toegepast op de toegang tot deze ruimten.
Het Gerechtshof 's-Gravenhage oordeelde dat de cabines en cinema's als bioscopen in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 moeten worden beschouwd, waardoor het verlaagde tarief van toepassing is. Het Hof verwierp een restrictieve uitleg van het begrip bioscoop en hield rekening met de ruime doelstelling van de wetgever.
De Staatssecretaris stelde in cassatie dat het Hof onjuist het spraakgebruik negeerde en dat het begrip bioscoop anders moet worden uitgelegd. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de kenmerken van de cabines en cinema's voldoen aan het wezen van een bioscoop zoals bedoeld in de Europese richtlijn.
Ook het middel over de proceskostenvergoeding werd verworpen. De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris in de kosten van het geding en wees het beroep in cassatie af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het verlaagde btw-tarief voor toegang tot de cabines en cinema's wordt bevestigd.