ECLI:NL:PHR:2008:BB0678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing verlaagd btw-tarief op toegang tot peepshows
Belanghebbende exploiteert een onderneming in de seksindustrie en verleent toegang tot peepshows. Zij betwistte de naheffingsaanslagen van de Belastingdienst die het verlaagde btw-tarief niet toepasten op deze diensten. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het Hof verklaarde het beroep deels gegrond en oordeelde dat toegang tot peepshows onder het verlaagde tarief valt als toneelvoorstelling.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak en voerde aan dat peepshows niet als toneelvoorstellingen kunnen worden aangemerkt omdat zij geen culturele prestatie zijn. De zaak leidde tot maatschappelijke discussie en vragen in de Tweede Kamer.
De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'culturele prestatie' in de wet en de Zesde richtlijn een beperktere invulling heeft dan het brede cultuurbegrip en dat peepshows geen uiting zijn van kunst, muziek, toneel, literatuur of wetenschap. Het erotische karakter en de wijze van uitvoering van peepshows sluiten niet uit dat het toneelvoorstellingen zijn, maar het ontbreken van een cultureel aspect betekent dat zij niet onder het verlaagde tarief vallen.
De Hoge Raad concludeerde dat het oordeel van het Hof onjuist is en dat peepshows niet als toneelvoorstellingen in de zin van de wet kunnen worden aangemerkt. De zaak werd terugverwezen voor nadere vaststelling van de btw-bedragen die onder het verlaagde tarief vallen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat toegang tot peepshows niet onder het verlaagde btw-tarief valt omdat peepshows geen culturele prestatie zijn zoals bedoeld in de wet.