ECLI:NL:HR:2003:AF5828
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake omzetbelasting bij verkoop deelneming en verwijst terug
Belanghebbende, een ondernemer die tot 1998 de helft van de aandelen in C B.V. hield, bracht managementdiensten in rekening en verkocht in 1998 haar deelneming. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op van ƒ 30.406, welke na bezwaar en beroep door het Hof werd gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende geen recht op aftrek van omzetbelasting had op de kosten van de verkoopbegeleiding door een bankinstelling. De Hoge Raad verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarin wordt bepaald dat het verwerven, houden en verkopen van aandelen in beginsel geen economische activiteit is, tenzij sprake is van effectenmakelaarsactiviteiten of directe inmenging in het beheer van de vennootschap.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij nader onderzoek moet worden gedaan naar de aard van de door belanghebbende verrichte prestaties in het jaar van overdracht van de deelneming. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en bepaalt dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het recht op aftrek van omzetbelasting.