ECLI:NL:HR:2003:AF5456
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meineed ten overstaan van parlementaire enquêtecommissie en beïnvloeding getuige
De zaak betreft een verdachte die ten overstaan van de Parlementaire Enquête Commissie Opsporingsmethoden (PEC) onder ede valse verklaringen heeft afgelegd, waarmee hij het parlementaire onderzoek naar opsporingsmethoden heeft gefrustreerd. Tevens werd hij veroordeeld voor het beïnvloeden van een getuige.
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Het hof motiveerde de straf mede door de ernst van het misdrijf, de positie van de verdachte als voormalig politiefunctionaris en de maatschappelijke impact van het frustreren van het parlementaire onderzoek.
In cassatie betoogde de verdachte onder meer dat de verklaringen onder dwang waren afgelegd en dat het nemo tenetur-beginsel was geschonden. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat de parlementaire enquêteprocedure niet onder het toepassingsgebied van artikel 6 EVRM Pro valt zolang het niet gaat om de vaststelling van een strafbare feit.
De Hoge Raad verbeterde wel de kwalificatie van het feit, door te bepalen dat de meinedige verklaring als één enkele meineed moet worden beschouwd in plaats van meerdere. De strafoplegging bleef ongewijzigd. De uitspraak werd vernietigd voor de kwalificatie en hersteld met de juiste kwalificatie, het beroep in cassatie werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens meineed en beïnvloeding van een getuige.