ECLI:NL:HR:2003:AF4636
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake verdeling nalatenschap tussen zusters en broer
De zusters hebben hun broer gedagvaard voor verdeling van de nalatenschap van hun ouders en benoeming van een notaris voor de boedelscheiding. De rechtbank veroordeelde de broer tot medewerking en benoemde een notaris. Na overlegging van een notarieel proces-verbaal van zwarigheden wijzigden de zusters hun eis.
De rechtbank liet bewijslevering toe en verwees de zaak naar de rol. De zusters stelden hoger beroep in tegen een tussenvonnis, dat het hof bekrachtigde en de zaak terugwees naar de rechtbank. Tegen dit arrest van het hof stelden de zusters cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof een tussenarrest betreft dat volgens art. 401a lid 2 Rv slechts tegelijk met het eindarrest in cassatie kan worden aangevochten. Omdat dit niet is gebeurd, verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep van de zusters niet-ontvankelijk en veroordeelt hen in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de zusters wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van art. 401a lid 2 Rv.