1 Grotendeels ontleend aan het vonnis van de rechtbank Arnhem van 9 december 1999.
2 Omdat in alle stukken (nog) steeds wordt gesproken van VBI zal ik in mijn conclusie ook deze naam aanhouden.
3 Prod. 1 bij de cva in de 1995/744. Uit dit uittreksel uit het handelsregister blijkt dat [verweerster 2] een pensioen B.V. is.
4 Vgl. art. 335 (oud) Rv.
5 Art. VII lid 2 van de Wet van 6 december 2001, Stb 580 tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken en HR 31 januari 2003, RvdW 2003, 31 en 32; HR 16 mei 2003, C02/305HR.
6 Zie hierover: Asser, Civiele cassatie, 2003, blz. 56-58. Wat betreft de mogelijkheid van beroep tegen het tussenarrestgedeelte merkt Asser op dat de Hoge Raad onder het oude recht heeft uitgemaakt dat, ondanks een verbod van tussentijds beroep (onder het oude recht gold als hoofdregel dat tussentijds beroep steeds mogelijk was, tenzij dit door de rechter was uitgesloten), daartegen tegelijk met het eindarrestgedeelte beroep kon worden ingesteld, mits daarbij tegen beide gedeeltes bezwaren werden ingebracht (HR 7 december 1990, NJ 1992, 85 (HJS)). Het lijkt mij dat dit ook voor het huidige recht kan worden aangenomen, omdat de ratio hierachter - voorkomen dat de zaak uit elkaar wordt getrokken - onverkort is blijven gelden.
7 Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 84-86 bij art. 6:228; Asser-Hartkamp 4-II, 2001, nrs. 185-186; Rechtshandeling en overeenkomst (Van Dam), 2001, nr. 166.
8 Parl. gesch. Boek 6, blz. 910-911; Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 166 bij art. 6:228.
9 HR 15 november 1957, NJ 1958, 67 (LEHR) (Baris/Riezenkamp) en HR 21 januari 1996, NJ 1966, 183 (GJS) (Booy/Wisman).
10 Asser-Hartkamp 4-II, 2001, nr. 194; Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 139-140 bij art. 6:228.
11 Zie hierover o.m.: Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 87 en 140 bij art. 6:228; P. Klik, De verhouding tussen spreek- en onderzoeksplicht, NTBR 1998, blz. 295 e.v.; A.G. Castermans, De mededelingsplicht in de onderhandelingsfase, 1992, blz. 21-29; M.A.B. Chao-Duivis, Dwaling bij de totstandkoming van de overeenkomst, 1996, blz. 285-297.
12 HR 10 april 1998, NJ 1998, 666 (WMK); HR 16 juni 2000, NJ 2001, 559 (JH)
13 HR 15 november 1957, NJ 1958, 67 (LEHR); HR 21 januari 1966, NJ 1966, 138 (GJS).
14 HR 30 november 1973, NJ 1974, 97 (GJS) (Van der Beek/Van Dartel); HR 21 december 1990, NJ 1991, 251 (Van Geest/Nederlof); HR 10 april 1998, NJ 1998, 666 (WMK); HR 16 juni 2000, NJ 2001, 559 (JH).
15 Zie de nrs. 2.7-2.14 en de daar vermelde literatuur en jurisprudentie. Daaraan kan nog worden toegevoegd Raaijmakers, Garanties bij overnames, 2002, hoofdstuk 2. Een stap verder gaat Tjittes, die kort gezegd meent dat bij overeenkomsten tussen ondernemers een beroep op dwaling wegens schending van een mededelingsplicht uitgesloten behoort te zijn; zie: Naar een bijzonder contractenrecht voor ondernemers, in: Onderneming en vijf jaar nieuw burgerlijk recht, blz. 375 e.v. en: De hoedanigheid van contractspartijen, 1994, blz. 53-54.
16 HR 22 december 1995, NJ 1996, 300; vgl. ook HR 16 juni 2000, NJ 2001, 559, waarin het oordeel van het hof van die strekking werd vernietigd op de grond dat het hof onvoldoende had benoemd van welke verkeersopvatting het was uitgegaan en voorts in zijn motivering onvoldoende had laten blijken dat het gelet op (alle) bijzonderheden van het geval, waaronder m.n. de door de koper gestelde omstandigheid dat partijen elkaar al jaren kenden en blindelings vertrouwden.
17 Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 176 bij art. 228.
18 In zijn s.t. wijst mr Wuisman erop dat ook mogelijk is dat het hof hier tot uitdrukking heeft willen brengen dat van degene die in twijfel heeft gecontracteerd, niet kan worden gezegd dat hij heeft gedwaald. Zie hierover Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 42 bij art. 6:228. Het lijkt mij dat dit niet in rov. 4.3 kan worden gelezen. Deze 'regel' moet immers worden geplaatst in lid 1 en wel bij het vereiste dat bij de dwalende een juiste voorstelling van zaken heeft ontbroken. Het hof heeft daarentegen duidelijk het oog op lid 2.
19 HR 2 april 1993, NJ 1995, 94 (CJHB).
20 Vgl. de noot van Brunner onder het arrest. Zie voorts: Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 18 bij art. 228; Castermans, Schadevergoeding bij verzwijging, NbBW, blz. 57; Wessels, Zelfstandig recht op schadevergoeding bij schending mededelingsplicht, WPNR 6187, blz.. 476
21 Asser-Hartkamp 4-I, 2002, nr. 165a.
22 Vgl. Hijma, Tien jaar nulliteitenrecht, WPNR 6472, blz. 76; zie ook Asser-Hartkamp 4-II, 2001, nrs. 164-166.
23 Zie hierover: Verbintenissenrecht (Hijma), aant. 76-78 bij art. 3:44.