ECLI:NL:HR:2003:AF4114
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt controleerbaarheid van buitengewone lasten bij belastingaanslag
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 24.932. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 22.442. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de aftrekbaarheid van buitengewone lasten, met name de vraag of alleen betalingen in geld die rechtstreeks aan de ondersteunde verwant zijn gedaan aftrekbaar zijn, en welke schriftelijke bescheiden daarvoor noodzakelijk zijn. De Hoge Raad verwierp het standpunt van de Staatssecretaris dat alleen bankafschriften en postwissels als bewijs gelden en bevestigde dat andere schriftelijke bescheiden, mits controleerbaar, ook kunnen worden geaccepteerd.
Het Hof had geoordeeld dat de door belanghebbende overgelegde kasstortingsbewijzen, een verklaring van een wisselbedrijf en een schriftelijke verklaring van de ondersteunde moeder voldoende controleerbaar waren. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. Tevens wees de Hoge Raad proceskostenveroordeling af en legde een griffierecht op aan de Staat.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.