ECLI:NL:HR:2003:AF0332
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag accijnzen ondanks vernietiging hof
Belanghebbende kreeg voor de periode april tot en met oktober 1995 naheffingsaanslagen opgelegd voor accijnzen op bier, alcoholhoudende producten en tabaksproducten, alsmede omzetbelasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. Het hof vernietigde echter de naheffingsaanslagen en de uitspraak van de Inspecteur. De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat belanghebbende goederen voorhanden had gekregen die niet overeenkomstig de accijnswetgeving in de heffing waren betrokken, omdat hij onrechtmatig een verklaring had afgegeven namens de eigenaar van het schip, terwijl hij daartoe niet bevoegd was. Hierdoor waren de goederen ten onrechte vrijgesteld van accijns, en was belanghebbende accijns verschuldigd op grond van de wet.
Ten aanzien van de omzetbelasting stelde de Hoge Raad vast dat de naheffingsaanslag omzetbelasting niet terecht was opgelegd, omdat de wettelijke bepalingen geen grond boden voor heffing buiten de in de wet genoemde belastbare feiten. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en handhaafde de naheffingsaanslagen accijns, maar bevestigde de naheffingsaanslag omzetbelasting.
De Hoge Raad wees tevens op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de genoemde raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen accijns worden gehandhaafd, de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd.