ECLI:NL:HR:2004:AP9596
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Oplegging naheffingsaanslag accijns na misbruik provianderingsregeling bevestigd
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor accijns op wijn, alcoholhoudende producten en tabaksproducten, alsmede omzetbelasting. Deze aanslagen werden gehandhaafd door de Inspecteur na bezwaar, maar het Hof vernietigde de naheffingsaanslag omzetbelasting. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof.
De zaak betrof accijnsgoederen die niet overeenkomstig de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken, waarbij belanghebbende de goederen voorhanden had en de vrijstelling voor gebruik aan boord van schepen niet van toepassing was. De Hoge Raad oordeelde dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd aan belanghebbende, ook al waren er naheffingsaanslagen aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats opgelegd en later vernietigd.
De Hoge Raad verwierp alle middelen van belanghebbende, waaronder het betoog dat de vrijstelling ten onrechte was toegepast door de vergunninghouder, dat een rangorderegeling zou gelden en dat het Hof niet op bewijsaanbod was ingegaan. De Hoge Raad bevestigde dat het voorhanden hebben van goederen zonder juiste heffing een zelfstandig belastbaar feit is en dat de naheffingsaanslag terecht is gehandhaafd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslagen accijns aan belanghebbende.