ECLI:NL:HR:2002:AF0086
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voortzetting onderneming en vorming vervangingsreserve na overdracht strandpaviljoen
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 221.565, waarvan een deel belast werd volgens een speciaal tarief. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 82.058. De Staatssecretaris stelde hiertegen beroep in cassatie in.
Belanghebbende exploiteerde tot 19 december 1998 een strandpaviljoen en droeg toen de handelsnaam, inventaris en goodwill over aan een derde die de exploitatie voortzette. Vanaf 1 april 1999 exploiteerde belanghebbende samen met een medevennoot een andere horecagelegenheid op ongeveer acht kilometer afstand. De boekwinst uit de overdracht werd door belanghebbende toegevoegd aan een vervangingsreserve.
De Inspecteur stelde dat belanghebbende zijn onderneming had gestaakt en voegde de vervangingsreserve toe aan de belastbare winst. Het Hof oordeelde echter dat de exploitatie van het strandpaviljoen op soortgelijke wijze werd voortgezet in de nieuwe horecagelegenheid, mede omdat personeel overging. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aanslagvermindering door het Hof bevestigd.