ECLI:NL:HR:2002:AD8722
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering voor medeplegen import drugs naar VS
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten heeft toegelaten. De verdenking betreft medeplegen van het importeren van MDMA (ecstasy) in de Verenigde Staten tussen mei 1998 en mei 2000.
De verdediging voerde aan dat de stukken ongenoegzaam waren omdat de verzoekende staat niet de vereiste bepalingen over rechtsmacht had overgelegd, zoals vereist volgens artikel 9, lid 2, onder e, van het uitleveringsverdrag. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet nodig was omdat het strafbare feit binnen het grondgebied van de Verenigde Staten was gepleegd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Tevens wees de Hoge Raad het verweer af dat de rechtbank niet had vastgesteld aan welke staat uitlevering zou plaatsvinden, omdat dit reeds uit de uitspraak bleek. De Hoge Raad concludeerde dat geen reden bestond om het vonnis te vernietigen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering aan de Verenigde Staten.