ECLI:NL:HR:2001:ZC8112
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waarderingsmethode pensioenverplichtingen in eigen beheer volgens premie-/koopsommethode
Belanghebbende, een houdstermaatschappij met één aandeelhouder en bestuurder, heeft voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting ontvangen. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in.
De kern van het geschil betrof de waarderingsmethode van pensioenverplichtingen in eigen beheer die belanghebbende toepaste, de zogenaamde premie-/koopsommethode. Deze methode houdt in dat pensioenverplichtingen actuarieel worden berekend met een rekenrente van 4%, gebruikmakend van sterftetabellen en leeftijdsterugstellingen, waarbij de lasten worden verdeeld over de verwachte diensttijd volgens gelijkblijvende premies en koopsommen.
Het Hof had geoordeeld dat deze methode in overeenstemming was met de regels van goed koopmansgebruik. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het niet in strijd is met goed koopmansgebruik om pensioenverplichtingen tegenover enkele uitkeringsgerechtigden op deze wijze te waarderen. Ook artikel 9b van de Wet op de vennootschapsbelasting staat dit niet in de weg.
De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en veroordeelt hem in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd op 28 september 2001 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de waarderingsmethode van pensioenverplichtingen in eigen beheer bevestigd.