ECLI:NL:HR:2001:AD5483
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen werkgeversaansprakelijkheid voor ongeval woon-werkverkeer op openbare weg
Op 20 februari 1996 is eiseres gevallen op een fietspad dat onderdeel is van de openbare weg, waardoor zij haar linker enkel brak. Eiseres was ten tijde van het ongeval in dienst bij de Stichting. Zij vorderde van de Stichting vergoeding van vermogens- en immateriële schade op grond van werkgeversaansprakelijkheid (art. 7:658 BW Pro) en onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro).
De Rechtbank Alkmaar wees de vordering af omdat het ongeval plaatsvond op het woon-werktraject, buiten het werkmilieu en niet in de uitoefening van werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat de Stichting als werkgever niet aansprakelijk was, ook niet op grond van onrechtmatige daad.
De Hoge Raad bevestigde deze uitspraak en verklaarde eiseres niet-ontvankelijk voor het gedeelte van het beroep dat betrekking had op de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, omdat hierover hoger beroep openstond. De Hoge Raad oordeelde dat woon-werkverkeer in beginsel niet tot de werkzaamheden behoort en dat het ongeval op de openbare weg buiten het werkmilieu plaatsvond, waardoor geen aansprakelijkheid van de werkgever bestaat.
De Hoge Raad wees tevens de overige klachten van eiseres af en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkgever niet aansprakelijk is voor een ongeval op het woon-werktraject op de openbare weg en verklaart eiseres niet-ontvankelijk voor een deel van het beroep.