ECLI:NL:PHR:2007:BB6178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongeval tijdens woon-werkverkeer na teambespreking
De zaak betreft een werknemer die tijdens de terugreis na een teambespreking een ernstig verkeersongeval kreeg, waarbij zij ernstig letsel opliep en gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakte. Zij vorderde schadevergoeding van haar werkgever NCM op grond van werkgeversaansprakelijkheid (art. 7:658 BW Pro), goed werkgeverschap (art. 7:611 BW Pro) en redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW Pro).
De rechtbank en het hof wezen de vordering af met het oordeel dat het ongeval plaatsvond tijdens woon-werkverkeer, dat als regel niet wordt beschouwd als uitoefening van werkzaamheden onder gezag van de werkgever. Het hof onderschreef dat de terugreis na de bijeenkomst niet als werkverkeer kon worden aangemerkt, mede omdat de werknemer niet structureel thuis werkte en de reistijd niet als overwerk kon worden genoteerd.
De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat de werkgever geen zeggenschap heeft over de veiligheid op de openbare weg en het gedrag van de werknemer tijdens woon-werkverkeer, waardoor art. 7:658 BW Pro niet van toepassing is. Ook aansprakelijkheid op grond van art. 7:611 en Pro 6:248 BW wordt afgewezen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden en onvoldoende feiten om het ongeval aan de werkgever toe te rekenen.
Het arrest bevestigt de begrenzing van werkgeversaansprakelijkheid bij verkeersongevallen tijdens woon-werkverkeer en benadrukt de noodzaak van duidelijke feiten en omstandigheden om aansprakelijkheid op andere grondslagen aan te nemen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering tot schadevergoeding af omdat het ongeval tijdens woon-werkverkeer plaatsvond en niet onder werkgeversaansprakelijkheid valt.