ECLI:NL:HR:2001:AB3219
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- D.H. Beukenhorst
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid heffing leges voor bouwvergunningaanvragen ondanks weigering vergunning
Belanghebbende had drie bouwvergunningen aangevraagd die op grond van artikel 44, letter c, van de Woningwet werden geweigerd. Voor het in behandeling nemen van deze aanvragen werden leges geheven over het jaar 1996, die na bezwaar door het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Enschede werden gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak bevestigde.
Tegen het vonnis van het Hof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het in behandeling nemen van de aanvragen een dienst is in de zin van de Legesverordening 1991, ongeacht het feit dat de vergunningen niet werden verleend. Tevens wees de Hoge Raad de klacht af dat het Hof een ingediend stuk niet had betrokken, omdat het Hof dit stuk wel degelijk in zijn overwegingen had meegenomen.
De overige klachten werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de heffing van leges voor het in behandeling nemen van bouwvergunningaanvragen bevestigd.