ECLI:NL:HR:2001:AB1973
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Premieplicht AWBZ ondanks Duits ambtenarenpensioen en ziektekostenvergoeding
Belanghebbende, woonachtig in Nederland sinds 1984, ontving in 1994 een AOW-uitkering en een Duits ambtelijk weduwepensioen met daarop ingehouden Duitse loonheffing. Daarnaast had zij recht op gedeeltelijke vergoeding van ziektekosten (Beihilfe) en was zij particulier verzekerd voor de resterende ziektekosten.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende premieplichtig was voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Belanghebbende stelde dat het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen (BUB 1989) en het EG-Verdrag haar premieplicht uitsloten.
De Hoge Raad oordeelde dat de vergoeding van ziektekosten door de Duitse deelstaat R niet onder de Verordening (EEG) nr. 1408/71 valt, omdat deze verordening ambtenarenuitkeringen uitsluit. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling van premieplicht op grond van artikel 23 BUB Pro 1989. Ook de stelling dat de artikelen 48 en 51 EG-Verdrag van toepassing zijn, werd verworpen omdat belanghebbende geen werknemer of zelfstandige is.
Verder werd geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat haar ziektekostenuitgaven hoger waren dan het drempelbedrag voor buitengewone lastenaftrek. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de premieplicht voor de AWBZ.