ECLI:NL:HR:2001:AB1761
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid en verwerpt cassatie in fiscale fraudezaak
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplichtigheid aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van loonbelastingaangiften, waarbij het gevolg kon zijn dat te weinig belasting werd geheven. Het hof Amsterdam had het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor de aangiften over 1993 en veroordeelde verdachte tot een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis voor de aangiften over 1994.
Verdachte stelde in hoger beroep dat de rechtspersoon waarvoor hij adviseur was alsnog een juiste en volledige aangifte had gedaan voordat de Belastingdienst op de hoogte was van de onjuistheid, waardoor vervolging niet mogelijk was. Dit verweer werd door het hof verworpen, evenals het beroep op de richtlijn vervolging fiscale fraude vanwege onvoldoende prioriteitspunten.
De Hoge Raad bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie voor de aangiften over 1993 en de veroordeling voor 1994. De cassatiemiddelen worden afgewezen omdat het hof de wet juist heeft toegepast en er geen bijzondere omstandigheden zijn die tot een ander oordeel leiden. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplichtigheid aan onjuiste loonbelastingaangiften wordt bevestigd.