ECLI:NL:HR:2001:AB1075
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en ontvankelijkheid bij verzoek schadevergoeding op grond van Wet BOPZ
Verzoeksters hebben cassatieberoep ingesteld tegen beschikkingen van de Rechtbank Utrecht die de gedwongen opname en bewaring van verzoekster sub 1 op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz) hebben bevestigd.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep en tot onbevoegdverklaring van de Hoge Raad om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding op grond van art. 35 Bopz Pro. Dit verzoek had niet bij de Hoge Raad, maar bij de Rechtbank Utrecht moeten worden ingediend.
De Hoge Raad volgt deze conclusies en verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en onbevoegd om op het verzoek om schadevergoeding te beslissen. De zaak wordt verwezen naar de Rechtbank Utrecht voor verdere behandeling en beslissing.
De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2001.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep en de zaak wordt verwezen naar de Rechtbank Utrecht voor het verzoek om schadevergoeding.