ECLI:NL:HR:2000:AA8715
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Voogdij over buitenlands pleegkind ondanks ontbreken beginseltoestemming
Het echtpaar heeft zonder de vereiste beginseltoestemming een buitenlands pleegkind in Nederland opgenomen en verzocht om voogdij. De Raad voor de Kinderbescherming verzette zich en verzocht om voogdij voor Stichting Jeugdzorg. De Kantonrechter en Rechtbank wezen het verzoek van het echtpaar toe, waarbij het belang van het kind centraal stond.
De Raad stelde dat het echtpaar vanwege het overtreden van de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen niet voor voogdij in aanmerking kon komen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het ontbreken van beginseltoestemming niet automatisch uitsluit dat het echtpaar voogdij krijgt, omdat het belang van het kind voorop staat.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Raad voor de Kinderbescherming en bevestigde dat de rechtbanken een juiste belangenafweging hadden gemaakt. De voogdij bleef bij het echtpaar, ondanks hun laakbare handelen, omdat overplaatsing een ernstig risico voor het kind zou kunnen betekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de voogdij van het echtpaar over het buitenlands pleegkind ondanks het ontbreken van beginseltoestemming.