ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2424
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- H.J. Bokhorst
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige onttrekking aan douanetoezicht bij extern communautair douanevervoer met gevolgen voor douanerechten, omzetbelasting en boete
Belanghebbende, een douane-expediteur, deed aangifte voor extern communautair douanevervoer van een partij herenkleding met bestemming Duitsland. De goederen werden in Nederland overgeladen en gelost, waarna de Economische Controledienst (ECD) de goederen inbeslag nam. Belanghebbende ontving uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting, alsmede een boetebeschikking.
De Douanekamer oordeelde dat door het overladen en lossen in Nederland sprake was van onttrekking aan het douanetoezicht, waardoor een douaneschuld is ontstaan. Belanghebbende werd terecht als schuldenaar aangemerkt. Het beroep op artikel 867bis UCDW faalde omdat deze bepaling alleen geldt in samenhang met artikel 233 CDW Pro, dat hier niet van toepassing was.
Voor de omzetbelasting werd vastgesteld dat het onttrekken aan de douaneregeling extern communautair douanevervoer als invoer wordt aangemerkt en belanghebbende terecht als schuldenaar is aangewezen. De boetebeschikking bleef gehandhaafd omdat belanghebbende de formaliteiten ter beëindiging van de douaneregeling niet had vervuld.
Het beroep werd zowel voor de douanerechten als voor de omzetbelasting en boete ongegrond verklaard. De Douanekamer achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen douanerechten, omzetbelasting en boetebeschikking blijven in stand.