ECLI:NL:GHARN:2001:AB0416
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar gecombineerde gemeentelijke heffingen 1995
Belanghebbende diende een bezwaarschrift in tegen de gecombineerde gemeentelijke heffingen over de periode 1 juli 1995 tot 31 december 1995. Dit bezwaarschrift werd echter pas in september 1999 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn van zes weken die eindigde op 11 november 1995. Hierdoor werd het bezwaar door de ambtenaar niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende probeerde vervolgens beroep in te stellen tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Hoewel het beroepschrift pas op 24 november 1999 bij het Hof aankwam, werd het geacht tijdig te zijn ingediend op 28 oktober 1999, omdat het eerst bij een onbevoegd bestuursorgaan was ingediend en het Hof de doorzendingstermijn toepaste conform jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar terecht was, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs niet in verzuim was met het indienen van het bezwaarschrift. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
De mondelinge uitspraak van het Hof werd op 1 februari 2001 gedaan en bevestigd. Tegen deze uitspraak is geen cassatieberoep mogelijk, tenzij een schriftelijke uitspraak wordt aangevraagd binnen vier weken na verzending.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en verklaart het beroep ongegrond.