ECLI:NL:HR:1998:AA2610
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van schadevergoedingen door psychiater als ondernemingskosten
Belanghebbende, een psychiater, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Hij betaalde schadevergoedingen aan patiënten vanwege seksuele relaties die tijdens zijn beroepsuitoefening ontstonden. De Inspecteur kwalificeerde deze betalingen niet als ondernemingskosten, wat door het Hof werd bevestigd. Het Hof oordeelde dat hoewel de relaties voortvloeiden uit de behandeling, het aangaan ervan niet als medische behandeling kon worden gezien en dat de beweegredenen voor deze relaties in de privé-sfeer lagen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat schadevergoedingen voortkomend uit onrechtmatig handelen buiten de normale beroepsuitoefening niet als kosten van de onderneming kunnen worden beschouwd. De finaliteit en het milieu van de handelingen zijn bepalend; hier prevaleerden persoonlijke behoeften boven zakelijke belangen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en benadrukte dat de fiscale beoordeling losstaat van de (il)legaliteit of moraliteit van de handelingen.
De uitspraak verduidelijkt dat kosten voortvloeiend uit onrechtmatig handelen in de privé-sfeer niet aftrekbaar zijn, ook als deze voortkomen uit de uitoefening van een beroep. Dit arrest bevestigt de scheiding tussen zakelijke en privé-uitgaven in de fiscale context en benadrukt het belang van de finaliteit van de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de schadevergoedingen en advocaatkosten niet als ondernemingskosten aftrekbaar zijn.