ECLI:NL:HR:1998:AA2562
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over landbouwvrijstelling bij verkoop weiland
Belanghebbende, een landbouw- en veeteeltbedrijf, kocht in 1989 een weiland dat in 1990 vrij kwam van pacht. In 1992 verkocht zij het weiland met winst. Zij stelde dat over het verschil tussen verkoopprijs en boekwaarde de landbouwvrijstelling van artikel 8 lid 1 letter Pro b Wet op de inkomstenbelasting 1964 van toepassing was. De Inspecteur weigerde deze vrijstelling, wat door het Hof werd bevestigd.
Het Hof motiveerde dat het voordeel voortkwam uit het vrij van pacht komen van het weiland en de ondernemingskundigheid van belanghebbende, en dat geen sprake was van een waardeverandering die onder de vrijstelling viel. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom alleen belanghebbende en niet ook de verkopers het voordeel konden behalen, en waarom de ondernemingskundigheid van belanghebbende van invloed was.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor een volledige herbeoordeling. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het cassatiegriffierecht aan belanghebbende moet vergoeden en de proceskosten moet dragen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor volledige herbeoordeling.