ECLI:NL:HR:1998:AA2459
Hoge Raad
- Cassatie
- Urlings
- Zuurmond
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht basisaftrek bij ongehuwd samenwonen en inschrijving in bevolkingsregister
Belanghebbende kreeg voor 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen van f 41.209,--. Hij en zijn huisgenote vroegen overdracht van de basisaftrek, maar de Inspecteur weigerde dit omdat zij niet op hetzelfde adres in het bevolkingsregister stonden ingeschreven gedurende het hele jaar. Belanghebbende voerde aan dat zij al sinds 1991 een gezamenlijke huishouding voerden en dat de niet-inschrijving slechts procedureel was.
Het Hof bevestigde de weigering van de Inspecteur, stellende dat de wettelijke voorwaarden van artikel 56 lid 2 Wet Pro inkomstenbelasting 1964, waaronder inschrijving op een gezamenlijk adres, niet waren vervuld. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever de overdracht van de basisaftrek terecht beperkt tot duurzaam samenwonenden die aan deze voorwaarden voldoen, mede vanwege controleerbaarheid en misbruikpreventie.
De Hoge Raad verwierp het middel dat de langere referentieperiode en inschrijving in het bevolkingsregister een ongerechtvaardigd onderscheid maken tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden. De wetgever heeft hiervoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging. Het beroep in cassatie werd verworpen en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de weigering van overdracht van de basisaftrek blijft gehandhaafd.