ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2197
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Geen recht op tariefgroep 3 of 5 wegens ontbrekende inschrijving gezamenlijke huishouding
Belanghebbende, die feitelijk samenwoonde met zijn vrouw en kind in het jaar 2000, deed aangifte inkomstenbelasting onder toepassing van tariefgroep 5. De inspecteur paste tariefgroep 2 toe omdat de partner van belanghebbende niet op zijn adres was ingeschreven, een vereiste voor tariefgroep 3 volgens artikel 56 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof stelde vast dat hoewel belanghebbende en zijn partner een gezamenlijke huishouding voerden, de wettelijke voorwaarde van inschrijving op hetzelfde adres gedurende meer dan zes maanden niet was vervuld. Hierdoor kon geen overdracht van de basisaftrek plaatsvinden en was indeling in tariefgroep 3 uitgesloten. Ook voor tariefgroep 5 voldeed belanghebbende niet aan alle voorwaarden, omdat hij niet alleen met zijn kind maar ook met de moeder van zijn kind een huishouding voerde.
Het Hof benadrukte dat het niet bevoegd is om de billijkheid van de wettelijke voorwaarden te toetsen. De inspecteur zal desondanks onderzoeken of toepassing van de hardheidsclausule mogelijk is. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat niet aan de wettelijke voorwaarden voor tariefgroep 3 of 5 is voldaan.