ECLI:NL:HR:1998:AA2296
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Post
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verlies op aandelenparticipatie niet aftrekbare kosten dienstbetrekking is
Belanghebbende was werkzaam bij B BV en trad na een management buy-out in dienst van A BV. Hij nam deel in het kapitaal van A BV via certificaten van aandelen en een geldlening aan C BV, een vennootschap waarin personeel participeerde. Na het faillissement van A BV in 1991 verloor hij de waarde van deze vermogensbestanddelen. De Inspecteur weigerde het verlies als aftrekbare kosten te erkennen, maar het Hof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende het verlies tot een bedrag van ƒ 5.000,- in mindering mocht brengen op zijn belastbaar inkomen.
De Staatssecretaris stelde cassatie in en betoogde dat een verlies op privévermogen niet gelijkgesteld kan worden met aftrekbare kosten uit dienstbetrekking zoals bedoeld in artikel 35 Wet Pro IB 1964. De Hoge Raad bevestigt dit en verwijst naar eerdere jurisprudentie dat waardeverminderingen op verkregen vermogensrechten niet als aftrekbare kosten kunnen worden beschouwd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.
De Hoge Raad overweegt dat uitgaven die ertoe strekken de dienstbetrekking te behouden, zoals borgstellingen, wel aftrekbaar kunnen zijn, maar dat een gedwongen participatie in aandelen en leningen met vermogensrechten die hun waarde verliezen, niet op dezelfde wijze behandeld kunnen worden. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het verlies op de aandelenparticipatie niet als aftrekbare kosten dienstbetrekking kan worden aangemerkt en vernietigt het arrest van het Hof.