ECLI:NL:HR:1998:AA2286
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongerechtvaardigde discriminatie in motorrijtuigenbelasting en verwerpt beroep Staatssecretaris
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor een Nissan Patrol, berekend naar het hogere tarief voor personenauto's over het eerste kwartaal van 1995. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar, maar het Hof Arnhem vernietigde de aanslag en stelde dat het lagere tarief voor bestelauto's van toepassing was, omdat de regeling voor omvangrijke wagenparken niet objectief gerechtvaardigd was en leidde tot verboden discriminatie volgens artikel 26 IVBPR Pro.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde dat de technische inrichting van het motorrijtuig bepalend is voor het tarief en dat de overgangsregeling die houders van omvangrijke wagenparken een gunstiger tarief geeft, geen objectieve en redelijke rechtvaardiging heeft. De regeling is daarmee in strijd met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragsbepalingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht de ongelijkheid heeft opgeheven door belanghebbende gelijk te stellen aan de gunstige regeling voor omvangrijke wagenparken. Het cassatieberoep werd verworpen en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de ongerechtvaardigde discriminatie in de motorrijtuigenbelasting bevestigd.