ECLI:NL:GHARN:2001:AD3493
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingtarief personenauto bij ingebracht motorrijtuig in BV
Belanghebbende, een BV opgericht in 1996, bracht een motorrijtuig in dat eerder toebehoorde aan haar rechtsvoorganger, een eenmanszaak. De directeur/aandeelhouder was houder van het voertuig van maart tot december 1995.
Door wetswijzigingen per 1 januari 1994 werd het begrip personenauto verruimd, waardoor voor bepaalde voertuigen het hogere motorrijtuigenbelastingtarief geldt. Een overgangsregeling bood onder voorwaarden een lager tarief voor voertuigen die tot een omvangrijk wagenpark behoorden en waarvan het kentekenbewijs dateerde van vóór 1 november 1993.
De Hoge Raad oordeelde echter dat deze overgangsregeling zonder de voorwaarde van een omvangrijk wagenpark moest worden toegepast. Het Hof stelt dat deze regeling ook geldt als het voertuig deel uitmaakt van het ondernemingsvermogen van een eenmanszaak die is ingebracht in een BV, waarbij het moment van houderschap vóór 1 januari 1994 doorslaggevend is.
In dit geval begon het houderschap pas na 1 januari 1994, waardoor het hogere tarief terecht is toegepast. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het hogere motorrijtuigenbelastingtarief voor personenauto’s terecht is toegepast.