ECLI:NL:HR:1998:AA2266
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in geschil over hondenbelastinghouderschap
Belanghebbende exploiteert sinds 3 mei 1993 een hondenschool in de gemeente Vries en kreeg voor dat jaar een aanslag hondenbelasting opgelegd voor twee honden. Eén van deze honden is eigendom van een derde, A, die de hond laat africhten als jachthond. Het hof had geoordeeld dat belanghebbende de hond niet als houder hield, maar slechts krachtens een rechtsbetrekking voor een ander, en had daarom de aanslag verminderd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Volgens artikel 2, lid 1, van de Verordening hondenbelasting Vries 1989 is houder degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, waarbij duurzaamheid en gezag een rol spelen. Het feit dat de hond eigendom is van een ander en in opleiding is, sluit houderschap niet uit.
Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek naar wie in het betreffende tijdvak als houder van de hond moet worden aangemerkt. De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en bepaalt terugbetaling van een griffierecht aan de gemeente Vries.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor nader onderzoek naar het houderschap van de hond.