ECLI:NL:GHARN:1999:AA3870
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Matthijssen
- F.J.P.M. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling houderschap hondenbelasting bij exploitatie hondenschool
Belanghebbende exploiteert sinds 3 mei 1993 een hondenschool en kreeg een aanslag hondenbelasting opgelegd voor twee honden, waarvan één eigendom is van een derde, A. De vraag was of belanghebbende als houder van de hond kon worden aangemerkt volgens de Verordening hondenbelasting Vries 1989.
Het hof stelde vast dat houderschap niet alleen het houden voor zichzelf omvat, maar ook het houden voor een ander, mits er sprake is van duurzaamheid en gezag. Belanghebbende hield de hond krachtens opdracht van A om deze op te leiden, wat aan deze vereisten voldeed. De eerdere uitspraak van het hof te Leeuwarden werd vernietigd door de Hoge Raad vanwege een onjuiste rechtsopvatting over houderschap.
Na verwijzing oordeelde het hof dat belanghebbende de hond onder zich had en daarmee houder was in de zin van de Verordening. Het feit dat A de belasting voor zijn kennel betaalde, deed hieraan niet af. Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de hondenbelastingaanslag wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het college bevestigd.