ECLI:NL:PHR:2002:AE2206
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid bij verkoop vervuilde grond en aansprakelijkheid voor saneringskosten
In deze zaak staat centraal of de koper van een vervuild perceel grond de saneringskosten kan verhalen op de oorspronkelijke eigenaar/vervuiler wanneer hij bij aankoop op de hoogte was van de vervuiling.
De feiten betreffen een perceel dat tussen 1958 en 1981 eigendom was van de vervuiler, die daar een loonwerkersbedrijf dreef en waarbij sprake was van olieverontreiniging. De koper was aangetrouwde familie en kende de situatie ter plaatse goed. Hij vorderde vergoeding van saneringskosten, maar de rechtbank en het hof wezen de vordering af omdat de koper de vervuiling kende en de grond niet schoon mocht verwachten.
De Hoge Raad bevestigt dat het vervuilen van eigen grond niet onrechtmatig is tegenover opvolgende kopers die van de vervuiling op de hoogte waren. Ook is het maken van saneringskosten om de grond in een betere staat te brengen dan bij aankoop niet als schade aan te merken. De mededelingsplicht van de verkoper speelt hier geen doorslaggevende rol tegenover een koper die al op de hoogte was. De zaak onderscheidt zich van eerdere jurisprudentie waarin de verkoper een overheidsorgaan was en bouwplicht bestond.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat de vordering van de koper niet toewijsbaar is.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vervuiler niet onrechtmatig handelde jegens een koper die van de vervuiling op de hoogte was.