ECLI:NL:HR:1997:AA3286
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aftrek werkkleding voor presentatrices in belastingzaak 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 120.617, welke na bezwaar werd verminderd tot ƒ 118.017. Tegen deze aanslag is beroep ingesteld bij het Hof, dat de aanslag bevestigde met het oordeel dat de kleding van belanghebbende niet als werkkleding in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting kon worden aangemerkt.
In cassatie betoogde belanghebbende onder meer dat haar kleding wel degelijk als werkkleding moest worden beschouwd en dat zij ongunstiger werd behandeld dan andere beroepsgroepen zoals porters en trainers. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had vastgesteld dat de kleding ook geschikt was voor dagelijks gebruik buiten de dienstbetrekking en dat de verschillen in behandeling tussen ondernemers en werknemers op grond van de wet gerechtvaardigd zijn.
De Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering en achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Hiermee bleef de aanslag ongewijzigd en werd de belastingplichtige niet in het gelijk gesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de kleding niet als werkkleding aftrekbaar is.