ECLI:NL:HR:1997:AA2174
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat legesheffing voor verklaring van geen bezwaar niet aan gemeente toerekenbaar is
In deze zaak ging het om de legesheffing door de gemeente 's-Gravenhage voor het derde kwartaal van 1990, met betrekking tot de behandeling door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van aanvragen tot het verkrijgen van verklaringen van geen bezwaar op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De gemeente had een aanslag leges opgelegd, die na bezwaar door Gedeputeerde Staten werd verminderd, waarna de gemeente in beroep ging bij het Hof. Het Hof vernietigde zowel de uitspraak van Gedeputeerde Staten als de aanslag.
Gedeputeerde Staten stelden vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad bekeek de Legesverordening Zuid-Holland 1989 en de relevante bepalingen omtrent de legesheffing. De kernvraag was of het in behandeling nemen van aanvragen tot verklaring van geen bezwaar door Gedeputeerde Staten een dienst aan de gemeente oplevert waarvoor leges geheven kunnen worden.
De Hoge Raad oordeelde dat Gedeputeerde Staten als hoger bestuursorgaan bestuursrechtelijk toezicht uitoefenen op burgemeester en wethouders, waarbij het belang vooral het algemene ruimtelijke ordeningsbelang van de provincie betreft en niet het individuele belang van de gemeente. Daarom is het in behandeling nemen van de aanvraag geen dienst aan de gemeente in de zin van de Legesverordening en Provinciewet. Het beroep van Gedeputeerde Staten werd verworpen en de legesheffing bleef vernietigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van Gedeputeerde Staten wordt verworpen en de legesheffing blijft vernietigd.