ECLI:NL:HR:2005:AT7217
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid heffing rioolafvoerrecht door gemeente ondanks algemeen belang
Belanghebbende, gebruiker van een onroerende zaak te Rotterdam, kreeg voor 1997 een voorlopige aanslag rioolafvoerrecht opgelegd door de gemeente Rotterdam. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de gemeente geen recht mocht heffen voor diensten die uit hoofde van het algemeen belang uit algemene middelen bekostigd behoren te worden.
De Hoge Raad overwoog dat uit de ontstaansgeschiedenis van artikel 229 van Pro de Gemeentewet blijkt dat gemeenten de mogelijkheid behouden om rioolrechten te heffen, ongeacht of het aanleggen, onderhouden en aansluiten van rioleringsstelsels tot de publieke taak behoort. Daarbij speelt het niettemin geen rol of de werkzaamheden in overheersende mate verband houden met dienstverlening aan een individualiseerbaar belang, anders dan bij leges.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de heffing van rioolrechten toegestaan is. Er werden geen proceskosten aan de zijde van partijen toegewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de heffing van rioolafvoerrecht door de gemeente.