ECLI:NL:GHARN:1999:AA1475
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk geschil over legesheffing voor planherziening bestemmingsplan
Belanghebbende, de kerkvoogdij van de hervormde gemeente, maakte bezwaar tegen de leges van ƒ 1.929,- die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente P in rekening bracht voor een planherziening van het bestemmingsplan. Deze planherziening was noodzakelijk om een urnenzuil te kunnen plaatsen bij de begraafplaats.
Het college handhaafde de leges, waarna belanghebbende beroep instelde bij het gerechtshof Arnhem. Belanghebbende voerde aan dat de kosten ten onrechte aan haar werden opgelegd en dat zij niet gehoord was. Ook stelde zij dat de legesverordening niet correct was bekendgemaakt.
Het hof oordeelde dat de legesverordening niet volledig aan de bekendmakingseisen voldeed, maar dat belanghebbende hierdoor niet in haar procesbelangen was geschaad. Verder was het college bevoegd om uitspraak te doen zonder belanghebbende te horen, omdat zij hier niet om had verzocht. De legesheffing was volgens het hof terecht omdat de planherziening uitsluitend of overwegend in het belang van belanghebbende was.
Het hof verwierp de bezwaren en bevestigde de uitspraak van het college. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de leges voor de planherziening terecht zijn geheven en verklaart het beroep ongegrond.