ECLI:NL:HR:1997:AA2161
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting voor in eigen bedrijf vervaardigd woonhuis
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak 1987, die na bezwaar en ambtshalve vermindering gehandhaafd bleef. De zaak betrof de bouw van een woonhuis op eigen grond, dat werd verhuurd aan de directeur. De Inspecteur rekende omzetbelasting over de grond en het woonhuis aan, omdat het woonhuis als een in eigen bedrijf vervaardigd goed met grond werd beschouwd.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat artikel 3, lid 1, aanhef en letter h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing is en dat de woning inclusief grond voor bedrijfsdoeleinden werd gebruikt. Het hof verwierp het standpunt van belanghebbende dat het hier om een dienst ging en niet om een levering. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwen op een eerdere Resolutie werd afgewezen.
In cassatie stelde belanghebbende onder meer dat het begrip 'beschikken' anders uitgelegd moest worden en dat bepaalde kosten niet tot de heffingsmaatstaf mochten worden gerekend. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de wettelijke bepalingen en de richtlijn correct zijn toegepast. Ook het beroep op beginselen van behoorlijk bestuur werd niet gehonoreerd.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd.